Licht als architectuur
Structuur, licht en recuperatie in de witte reliëfs van Karina Yacoubian
Essay van de kunstenaar · Karina Yacoubian · Limburg, België · oktober 2026
English · Nederlands · Español
Samenvatting
Deze tekst zet de centrale stelling van Karina Yacoubians praktijk uiteen: licht en architectuur vormen één taal, en die taal kan worden opgebouwd uit gerecupereerde materie. Yacoubian, opgeleid in architectuur en interieurontwerp, benadert elk reliëf als een gebouw. Ze bouwt de structuur op uit fragmenten van metaal, plastic en karton, gevouwen met rijstpapier, Amalfipapier, gips en minerale verbindingen, en ontwerpt die voor het licht dat ze zal ontvangen. Het wit wist de geschiedenis van elk materiaal uit en laat volume, rand en holte over: de vormen die het licht nodig heeft om te spreken.
Dit essay ontwikkelt drie stellingen. Ten eerste: licht is een bouwmateriaal; het wordt niet aan het werk toegevoegd, maar mee ontworpen. Ten tweede: licht en structuur samen communiceren, vertellen en interpreteren; het licht belicht het reliëf niet, het vertelt het. Ten derde: omdat het licht beweegt, verandert de lezing van het werk met elk uur. De tekst situeert de praktijk op het snijpunt van twee tradities, het witte monochrome reliëf en de architectuur van het licht, en toetst haar stellingen aan de werken van de reeksen Pure White (2021–heden) en Pure White Reinvention (2026).
Door de hele tekst lopen enkele vaste bekommernissen: licht en structuur, het witte monochroom, gerecupereerde materialen, en de tijd die het vraagt om te kijken naar een werk dat met elk uur verandert.
1. Inleiding
Aan een muur hangt een wit reliëf. 's Ochtends werpt een van de plooien een lange, scherpe schaduw over het oppervlak. 's Middags is diezelfde plooi bijna verdwenen. Tegen de avond wordt het hele oppervlak warm, en volumes die rond het middaguur vlak leken, keren terug. Aan het object is niets veranderd. Aan het werk alles.
Die waarneming is het vertrekpunt van deze tekst. Ze suggereert dat het werk niet volledig is in het object alleen: het wordt voltooid door het licht van de plek die het ontvangt. Dat idee is niet nieuw in de kunstgeschiedenis, en het staat centraal in de geschiedenis van de architectuur. Wat Karina Yacoubians praktijk eigen is, is de manier waarop ze beide samenbrengt: een kunstenaar met een opleiding in architectuur die reliëfs bouwt zoals men een ruimte bouwt, met materialen die anderen hebben weggegooid, en die licht niet als verlichting behandelt maar als deel van de structuur.
De stelling laat zich in één zin samenvatten:
Opgeleid in architectuur benadert Karina Yacoubian elk reliëf als een gebouw: ze bouwt de structuur op uit gerecupereerde materie en ontwerpt die voor het licht, zodat licht en architectuur één taal worden, die elk uur anders leest.
De volgende hoofdstukken onderzoeken elk deel van die zin: de methode die voortkomt uit de architectuuropleiding (hoofdstuk 2), het idee van licht en architectuur als één taal (hoofdstuk 3), de rol van gerecupereerde materie (hoofdstuk 4), de tradities waarin het werk zijn plaats inneemt (hoofdstuk 5), de werken zelf (hoofdstuk 6), de kwestie van tijd en toeschouwer (hoofdstuk 7) en de recentere reeks Pure White Reinvention (hoofdstuk 8).
2. Opgeleid in architectuur: een methode
Karina Yacoubian studeerde interieurontwerp aan de ORT-universiteit in Montevideo en architectuur aan de Universiteit van Belgrano in Buenos Aires. Als schilder is ze autodidact. Die combinatie is belangrijk, want ze verklaart waarom haar reliëfs geen geschilderde beelden met toegevoegde textuur zijn, maar constructies.
Haar opleiding blijkt uit vier werkgewoonten.
Eerst de structuur. Elk reliëf begint als een structuur: een geheel van volumes, vlakken en holtes dat fysiek moet standhouden voordat het visueel iets betekent. De vraag is dezelfde die een architect aan een gebouw stelt: wat draagt wat, waar gaat de last naartoe, hoe komen de delen samen.
Ontwerpen voor het licht. Een architect denkt na over oriëntatie, openingen en schaduw voordat een muur wordt opgetrokken. Yacoubian behandelt elke plooi op dezelfde manier. De hoek van een vlak bepaalt of het licht vangt of in de schaduw valt, en de diepte van een holte bepaalt hoe donker ze wordt. Het beeld van het werk wordt vooraf ontworpen als een patroon van licht en schaduw.
Schaal en ruimte. De reliëfs meten tussen 100 en 120 centimeter en steken ongeveer 15 centimeter uit de muur. Ze zijn bedacht in relatie tot de ruimte: de hoogte waarop ze hangen, de afstand van de toeschouwer, de richting van het raam. Daardoor reageren ze op de plek, ook wanneer ze niet voor een specifieke plek zijn gemaakt.
Kennis van materialen. Vertrouwdheid met hoe materialen zich gedragen, weerstand bieden en zich verbinden, maakt het mogelijk breekbare of onwaarschijnlijke materie, zoals verpakking, restjes metaal en papier, om te vormen tot duurzame structuren.
Het resultaat is een praktijk waarin het vocabularium van de architectuur (structuur, last, vlak, opening, oriëntatie) het werk beter beschrijft dan dat van de schilderkunst. Yacoubian schildert geen beeld van het licht. Ze bouwt de voorwaarden waarin licht kan verschijnen.
3. Licht en architectuur als één taal
In de architectuur wordt licht nooit op het einde toegevoegd. Het wordt samen met de muren, de openingen en de materialen ontworpen, en het is via het licht dat een ruimte spreekt: het onthult volume, zet een ritme, geeft aan waar men moet gaan en waar men moet stilstaan. Wanneer licht als deel van de structuur wordt behandeld, krijgt het een eigen waarde. Het staat niet langer ten dienste van het gebouw; het is een van zijn materialen.
Yacoubian past dat inzicht toe op het reliëf. Haar werken doen drie uitspraken over licht.
Licht is een bouwmateriaal. Het oppervlak wordt gebouwd om het te ontvangen. Een plooi, een rib of een holte wordt geplaatst waar ze een welbepaalde schaduw zal geven, en het beeld van het werk bestaat pas wanneer licht en structuur elkaar ontmoeten.
Licht communiceert, vertelt en interpreteert. In deze reliëfs toont het licht niet zomaar wat er is. Het vertelt het. Een rib die van links wordt belicht, leest als een horizon; dezelfde rib, van bovenaf belicht, leest als een wonde. Het licht kiest wat het werk zegt.
Structuur en licht zijn onafscheidelijk. Zonder licht zwijgt de structuur; zonder structuur heeft het licht geen plek om te spreken. Geen van beide is op zichzelf het onderwerp. Het onderwerp is hun ontmoeting, en daarom kan het werk worden beschreven als één taal in plaats van als een belicht object.
Dat onderscheidt deze praktijk van schilderkunst over licht. Een schilder kan licht afbeelden. Yacoubian bouwt de voorwaarden waarin het licht het beeld opvoert, live, in de ruimte waar het werk hangt.
4. Recuperatie: materie en transformatie
De structuren worden opgebouwd uit gerecupereerde materie: fragmenten van metaal, plastic en karton, resten van voorwerpen die ooit een functie hadden. Ze worden samen gevouwen met rijstpapier, Amalfipapier, katoen- en natuurvezelpapier, gips en minerale verbindingen, tot hun vroegere gebruik verdwijnt en ze structuur worden. Daarna wordt het oppervlak bewerkt met acryl, olieverf en spuitverf, en tot wit gebracht.
Recuperatie is geen kwestie van zuinigheid en geen decoratieve verwijzing naar duurzaamheid. Ze heeft twee precieze functies in het werk.
Transformatie. Materiaal dat verpakking, restant of afval was, wordt het dragende deel van een structuur die voor het licht is ontworpen. Het werk voltrekt, in zijn eigen totstandkoming, de overgang van wat werd weggegooid naar wat betekenis draagt.
Een gemeenschappelijke taal. Metaal, plastic en papier weerkaatsen en absorberen licht op heel verschillende manieren. Bedekt met wit beginnen ze één taal te spreken. Het wit wist de geschiedenis van elk fragment uit en laat alleen de vorm over: volume, rand, holte en de schaduwen die ze werpen. Wat zichtbaar blijft, is niet waar het materiaal vandaan komt, maar wat het geworden is.
In die zin is het wit het scharnier van de praktijk. Het is de stap die gerecupereerde materie verandert in architectuur voor het licht.
5. Afkomst: het witte monochroom en de architectuur van het licht
Het werk neemt zijn plaats in op het snijpunt van twee tradities.
Het witte monochrome reliëf. Vanaf 1957 herleidden de Achromes van Piero Manzoni het schilderij tot een wit oppervlak van plooien en genaaid materiaal, zonder beeld of kleur. In dezelfde jaren maakten de ZERO-groep in Düsseldorf (Heinz Mack, Otto Piene, Günther Uecker) en haar Nederlandse tegenhanger Nul (onder anderen Jan Schoonhoven en Henk Peeters) het licht en zijn trilling op witte oppervlakken tot een centrale bekommernis. De Superfici van Enrico Castellani en de extroflessioni van Agostino Bonalumi duwden het doek in reliëf, zodat licht en schaduw het werk zouden dragen. Die traditie is sterk aanwezig in de collecties van België en Nederland, waar Yacoubian woont en werkt.
De architectuur van het licht. Le Corbusier omschreef architectuur als "het kundige, correcte en prachtige spel van volumes, samengebracht in het licht". Louis Kahn ontwierp gebouwen waarin daglicht het voornaamste materiaal is, en de zin die hem wordt toegeschreven, dat de zon niet wist hoe groot ze was tot ze de zijkant van een gebouw raakte, is een referentie geworden voor architecten die met licht denken. Luis Barragán en Tadao Ando bouwden ruimtes waarin een muur bestaat om een bepaald licht op een bepaald uur te ontvangen.
Positie. Yacoubian deelt de aandacht van het monochroom voor oppervlak en licht, maar niet het streven naar zuiverheid. Haar wit is geen reductie; het is de grond waarop gerecupereerde materie wordt getransformeerd. Van de architectuur van het licht neemt ze het idee over dat licht wordt ontworpen en niet ontvangen, en dat een structuur wordt beoordeeld naar wat het licht ermee doet. Haar bijdrage is de manier waarop een architect over licht denkt naar het reliëf te brengen, en het op te bouwen uit wat anderen hebben weggegooid. Het werk kan vanuit beide tradities worden gelezen, en het is rijker omdat het volledig tot geen van beide behoort.
6. De werken: lezingen van Pure White
Pure White (2021–heden) omvat tot nu toe vijftien reliëfs, in formaten van 100 × 100, 120 × 100 en 120 × 120 centimeter, alle ongeveer 15 centimeter diep. De lezingen hieronder volgen de drie stellingen van dit essay.
Deconstructivism (2021). Driedimensionale driehoeken stijgen van links naar rechts en breken open terwijl ze klimmen, tot de geometrie ruwe materie wordt. De titel verwijst naar de architectuurstroming die symmetrie en harmonie losliet. Elk facet vangt het licht anders op, zodat licht en schaduw niet aan het werk worden toegevoegd: ze maken deel uit van de structuur. Het is de helderste vroege uitspraak van de praktijk: een architecturaal idee, in reliëf gebouwd, voltooid door het licht.
Moon (2022). Vier hoekpunten steken uit het oppervlak, één voor elke maanfase. Het werk beeldt de fasen niet af; het brengt ze voort. Terwijl het licht beweegt, komt elk hoekpunt beurtelings naar voren of wijkt het terug, zodat het stuk in de loop van de dag verandert zoals de maan die het benoemt. Tijd wordt hier niet voorgesteld. Ze is erin gebouwd.
Milky Way, Bear and Fish (2023). Een melkweg gebouwd uit recuperatie. Fragmenten van metaal en plastic, gevouwen in katoen- en natuurvezelpapier, vormen een witte topografie zonder enkel middelpunt. Er duiken twee figuren uit op: de gedeeltelijke kop van een beer en een vis die als een ruggengraat door de compositie loopt. Het is het werk waarin recuperatie het duidelijkst zichtbaar is: weggegooide materie wordt een kosmos.
Earth, Bomb and Flower (2024). Een trilogie in één reliëf: de aarde, de bom die haar zou kunnen uitwissen, en een bloem die suggereert dat de materie opnieuw zou kunnen beginnen. Volledig in wit gehouden, leeft het beeld in het volume en in de schaduwen die het werpt, en die veranderen met de kracht en de hoek van het licht.
Sun (2021) en Sun Don't Stop Shining (2025). In beide werken is licht zowel onderwerp als medium. In Sun plooien brede vellen papier diagonaal en waaieren ze uit als stralen, elk met een lange, scherpe schaduw. In Sun Don't Stop Shining stralen plooien uit vanuit het midden, en verschijnt een vaag gezicht dat oplost in het licht. De twee werken, vier jaar uit elkaar, tonen hetzelfde idee dat rijpt: van stralen die in de structuur zijn afgebeeld naar een oppervlak dat van binnenuit verlicht lijkt.
Big Bang (2025). Het centrale volume is gebouwd als een omgekeerde diamant, en de opwaartse trek ervan geeft het oppervlak het gevoel van een druk die op het punt staat vrij te komen. Het is het meest architecturale van de recente werken: een structuur van last en spanning, volledig gelezen via haar schaduwen.
Silence (2024) en Turning Point (2025). In enkele werken verschijnt kleur binnen het wit: een warm geel in Silence, een diep blauw dat doorbreekt in Turning Point. De naam Pure White verwijst naar een conceptuele benadering, wit als grond voor het licht, en niet naar een strikte kleurregel. Waar kleur binnenkomt, gedraagt ze zich als licht dat in de structuur wordt vastgehouden.
7. Tijd en toeschouwer
Als licht deel uitmaakt van het werk, en het licht beweegt, dan verandert het werk. Dat is het logische gevolg van de redenering, en het heeft praktische gevolgen.
Het werk heeft geen enkel juist beeld. Een foto toont één uur. Het reliëf bevat ze allemaal. 's Ochtends werpt een plooi een lange, scherpe schaduw; 's middags verdwijnt ze bijna; tegen de avond wordt het oppervlak warm en keren de volumes terug. Elk uur stelt een andere lezing voor.
De toeschouwer voltooit de lezing. Van opzij gezien onthult hetzelfde reliëf dieptes die van voren verdwijnen. Op een andere dag, onder bewolking, wordt het stiller en gelijkmatiger. Het werk vraagt om een tragere manier van kijken: er lang genoeg voor blijven staan om te zien hoe het licht de betekenis verandert.
Documentatie moet tijd tonen. Daarom wordt het werk het best gedocumenteerd niet met één frontale foto, maar met een reeks: hetzelfde reliëf gefotografeerd om 9, 13 en 18 uur vanuit een vaste positie, of een time-lapse van een volledige dag in natuurlijk licht. Die reeksen zijn geen illustraties van de redenering; ze zijn het bewijs ervan.
Presentatie is deel van het werk. Strijklicht of zijdelings natuurlijk licht onthult het reliëf; vlak frontaal licht wist het uit. Wanneer de werken worden tentoongesteld, is de keuze van het licht een curatoriale beslissing die voltooit of verarmt wat ze zeggen.
8. Pure White Reinvention
Pure White Reinvention (2026) bestaat uit zeven werken van elk 100 × 100 centimeter. Natuur, kleur en de menselijke figuur beginnen op te duiken uit dezelfde witte grond. De reeks volgt één vrouwelijke figuur door terugtrekking en vernieuwing: van Introspection, het eerste werk, waarin ze zich in zichzelf terugplooit; via Outlook en Wind, waarin ze zich naar buiten keert en lucht wordt; naar Blindness en The Silence, waarin ze zich afsluit; Metamorphosis, waarin zware materie verandert in een verenkleed; en Evolution, het recentste werk, waarin bladeren, bloemen en vlinders uit haar groeien.
Op het eerste gezicht lijkt de figuratieve reeks af te wijken van de architectuur van het licht. Gelezen vanuit dit essay zet ze die voort. In Pure White vertelt het licht de structuur; in Reinvention begint wat het licht vertelde vorm aan te nemen. De witte grond blijft het veld waarin vorm verschijnt, en blauw werkt, zoals de beschrijving van een van de werken het zegt, als atmosferische druk: een psychologische eerder dan een fysieke ruimte.
Die lezing wordt voorgesteld als een stelling eerder dan als een conclusie. Haar kracht zal afhangen van werken die de overgang zichtbaar maken: reliëfs waarin de figuur uit de structuur opduikt, in plaats van op het wit geschilderd te zijn.
9. Besluit
De reliëfs van Karina Yacoubian rusten op drie fundamenten die als één werken. Haar architectuuropleiding levert de methode: eerst de structuur, ontworpen voor het licht. Gerecupereerde materie levert het materiaal: fragmenten die hun vroegere gebruik verliezen en structuur worden. Licht levert de betekenis: het belicht het werk niet, het vertelt het, en het vertelt het elk uur anders.
De praktijk behoort tot de traditie van het witte monochrome reliëf, maar streeft geen zuiverheid na. Ze behoort tot de architectuur van het licht, maar is geen gebouw. Haar eigen bijdrage is de manier waarop een architect licht ontwerpt naar het reliëf te brengen, en die architectuur op te bouwen uit wat anderen hebben weggegooid.
Het gevolg is een oeuvre zonder enkel juist beeld. Elk reliëf wordt voltooid door het licht van de plek die het ontvangt en door de tijd die een toeschouwer bereid is eraan te geven. Wat nog te doen staat, volgt daaruit: de werken documenteren over de uren heen, ze tentoonstellen in licht dat onthult in plaats van afvlakt, en de methode uitbreiden naar een grotere schaal, waar het reliëf en de architectuur die het ontvangt samen kunnen worden ontworpen.
Kritische ontvangst
Tussen 2024 en 2026 werd het werk beoordeeld door vier curatoren en galeriehouders via het Expert Feedback-programma van Singulart, en door een twintigtal curatoren geselecteerd voor meer dan dertig thematische collecties op het platform.
- Ainhoa Fernández, galeriehouder en curator, AF (2025): ziet "een sterke architecturale gevoeligheid in de manier waarop vormen worden opgebouwd en gelaagd".
- Véra Kempf, onafhankelijk curator (2024): noemt Pure White "uitzonderlijk geslaagd" en van een kwaliteit die "zeldzaam is in de hedendaagse kunst", en moedigt een grotere schaal en een diepere relatie tussen werk, ruimte en toeschouwer aan.
- Anastasia Mitrogogou, onafhankelijk curator (2024): noemt Earth, Bomb and Flower "een meesterwerk".
- Elisa Pritzker, directeur van Pritzker Studio & Gallery (2025, 2026): leest de twee reeksen als een evolutie "van zuivere vorm naar innerlijk leven".
Verschillende curatoriale collecties waarin de werken werden opgenomen, benoemen de bekommernissen van dit essay zonder ernaar te verwijzen: The Silence of White, The Expanded Object, Textured Surfaces en Les lueurs qui prennent leur temps ("lichten die hun tijd nemen").
De citaten zijn vertaald uit het Engels; het origineel staat in de Engelse versie.
Lijst van werken
Alle werken: acryl, olieverf en gemengde technieken op doek. Afmetingen in centimeter, hoogte × breedte; diepte van de Pure White-reliëfs ongeveer 15 cm.
Pure White (2021–heden)
| Titel | Jaar | Afmetingen | Collectie |
|---|---|---|---|
| Sun | 2021 | 120 × 100 | Privécollectie |
| East and West | 2021 | 120 × 100 | |
| Deconstructivism | 2021 | 100 × 100 | |
| Moon | 2022 | 100 × 100 | |
| Milky Way, Bear and Fish | 2023 | 100 × 100 | |
| Earth, Bomb and Flower | 2024 | 100 × 100 | Privécollectie |
| Space | 2024 | 120 × 100 | |
| Universe | 2024 | 120 × 120 | Privécollectie |
| Silence | 2024 | 120 × 120 | Privécollectie |
| Ocean | 2025 | 120 × 100 | Privécollectie |
| Super Moon | 2025 | 120 × 100 | |
| Sun Don't Stop Shining | 2025 | 120 × 100 | |
| Big Bang | 2025 | 100 × 120 | |
| Turning Point | 2025 | 100 × 120 | |
| Cosmos | 2025 | 120 × 120 |
Pure White Reinvention (2026)
| Titel | Jaar | Afmetingen | Collectie |
|---|---|---|---|
| Introspection | 2026 | 100 × 100 | |
| Outlook | 2026 | 100 × 100 | |
| Wind | 2026 | 100 × 100 | |
| Blindness | 2026 | 100 × 100 | Privécollectie |
| The Silence | 2026 | 100 × 100 | Privécollectie |
| Metamorphosis | 2026 | 100 × 100 | Privécollectie |
| Evolution | 2026 | 100 × 100 | Privécollectie |
Referenties
- Le Corbusier. Vers une architecture. Parijs: Crès, 1923.
- Piero Manzoni, Achromes, vanaf 1957.
- ZERO (Heinz Mack, Otto Piene, Günther Uecker), Düsseldorf, vanaf 1957; Nul (Jan Schoonhoven, Henk Peeters en anderen), Nederland, vanaf 1961.
- Enrico Castellani, Superfici, vanaf 1959; Agostino Bonalumi, extroflessioni, vanaf het einde van de jaren 1950.
- Louis I. Kahn, Luis Barragán en Tadao Ando, architectuur met daglicht als materiaal.
- Expert Feedback-beoordelingen van Singulart: Anastasia Mitrogogou (oktober 2024), Véra Kempf (september 2024), Ainhoa Fernández (april 2025), Elisa Pritzker (oktober 2025 en april 2026). Niet gepubliceerd.